KING
training

development

we steken nog altijd meer energie in pogingen bepaalde dingen
níet meer te doen, dan andere dingen wél te doen...

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Naar binnen of naar buiten?
Psychologie betreffende bewustzijnsverruiming

Hans Peter King

Er zijn grofweg twee richtingen, twee dimensies in de wereld van menselijke ervaring, waarin het bewustzijn zich kan verruimen. Heel simpel, op weg naar binnen of op weg naar buiten. Naar binnen betekent bewustzijn van eigen lichaam, eigen gevoelsleven en eigen denken, naar buiten betekent alles wat in eerste instantie als niet-zelf wordt ervaren, de ander, wetenschap, de natuur, kunst, cultuur, kortom de wereld om ons heen. Deze twee oriëntaties van het bewustzijn zijn terug te vinden als dominantie in de twee psychologische typen extravert en introvert, in politieke opvattingen over maatschappijvernieuwing, in religie en filosofie en in psychotherapie gericht op enerzijds analyse en introspectie, anderzijds op gedrag, rationaliteit, relativering en systeem. Zo zijn er mensen die veel bereiken in de wereld, creëren, produceren, ontdekken en eenvoudigweg weinig reden vinden of interesse hebben in zichzelf en er zijn  mensen die zichzelf innerlijk onderzoeken, ontdekken, mediteren en ontwikkelen en minder waarde en motivatie beleven in ontwikkeling of prestatie in wereldse, commerciële of wetenschappelijke zin. Die eenzijdigheid kan problemen geven en tijdelijke verandering van oriëntatie noodzakelijk maken. De succesvolle zakenman raakt in een midlife-crisis en de mysticus vervreemdt van vrouw en kinderen.

Dat er een samenhang is in ieder individu tussen die twee oriëntaties werd door de geesteswetenschapper en filosoof Steiner in het begin van deze eeuw reeds benoemd in zijn uitspraak dat wie de wereld wil leren kennen zichzelf moet onderzoeken en wie zichzelf wil leren kennen de wereld moet onderzoeken. Eénzijdigheid en fanatisme in deze bewustzijns-oriëntaties leveren vaak genialiteit en vernieuwing op, maar gaan vaak gepaard aan gezondheidsklachten en sociale problemen. Maar ook het evenwicht ertussen in een mens heeft vaak de prijs dat in geen van beide richtingen erg hoog gescoord kan worden.

Vrijheid en verantwoordelijkheid

In ons typisch menselijke bewustzijn zijn wij het meest vrij. Hoe vrij precies daar zijn de meningen over verdeeld, maar w.s. zijn we er vrijer dan in ons gevoelsleven of onze instincten. Voorlopig lijkt het erop dat we relatief vrije keuzes kunnen maken over waar we onze aandacht op richten en waar we onze energie in stoppen. Die relatieve vrijheid is van enorm belang voor de evolutie van de menselijke soort en van de menselijke geest. Vanuit dat beetje vrijheid komen de keuzes voort die op individueel en mondiaal niveau mede de toekomst bepalen. Het volle besef van die vrijheid en de eruit voortvloeiende verantwoordelijkheid is voor veel mensen moeilijk te dragen. Het geeft onzekerheid, angst en doet ons voortduren grijpen naar houvast en jaagt ons op de vlucht in rituelen en afhankelijkheid. Vooral bezigheden die ons bewustzijn tijdelijk beperken, zoals consumptie, sex, werk, een hobby, t.v., een boek of een probleem helpen ons even af van het volle besef van onze vrijheid en verantwoordelijkheid. De evolutie van de menselijke geest is er mee gebaat als er meer en meer mensen naar streven om hun bewustzijnscapaciteit en hun “informatie-tolerantie” en informatie-verwerkingssysteem te ontwikkelen, op te rekken en te verruimen.

Angst

Zowel de wereld om ons heen, als de wereld van ons innerlijk zijn als internet: de keuzemogelijkheden zijn haast onbeperkt en je moet goed weten wat je wilt en daar consequent in zijn om iets te vinden. Op elk moment is er afleiding mogelijk, kom je iets tegen wat ook interessant is, maar even niets te maken heeft met waar je mee bezig was.

In elk moment van mogelijke keuze is het zaak in de waarneming en de beleving van de ingrediënten van dat moment een criterium te vinden, dat richting kan geven aan de volgende te zetten stap. Alsof je op een   kruispunt komt en even moet stilstaan om de borden te lezen of je te herinneren waar je vandaan komt en waar je heen wilt. Die voortdurende bezinning is vermoeiend en roept angst op. Angst voor verantwoordelijkheid naar je eigen diepst gevoelde potentieel en verlangen om dat te worden en angst voor verantwoordelijkheid voor de wereld om je heen, omdat dat falen en beperking aan het licht zou kunnen brengen. Elke bewustzijnverruiming, elke confrontatie met iets nieuws of onbekends roept bewust of onbewust angst op. Net als fysieke ruimte angstiger wordt naarmate die groter wordt. Alles dat ruimtelijk groter is dan de baarmoeder waar we uit komen is potentieel angstaanjagend. Veel ruimte om ons heen maakt ons kwetsbaar, zichtbaar en geeft het gevoel verder van huis te zijn. Als onze maatschappelijke ondernemingen groter worden en onoverzichtelijker, neemt ook de angst en de stress toe. Hoe meer geld, macht en mensen onder onze individuele verantwoordelijkheid, des te moeilijker het wordt te ontspannen en gezond te blijven. Datzelfde geldt ook voor de innerlijke, overdrachtelijke ruimte van ons zelfbewustzijn. We zijn allemaal als de dood voor innerlijke bewustzijnsverruiming. We voelen de dreiging overspoeld te worden door emoties, informatie, herinneringen en angst voor de dood. We beleven die angst vaak als de dreiging van een ‘moeras’, een ‘zwart gat’ of controleverlies en waanzin. Voor de kwetsbaren en angstigen onder ons is angst een slechte raadgever, maar voor diegenen die de kracht hebben te ondernemen en te onderzoeken is angst de snelste en meest betrouwbare gids. Wanneer je bereid bent je angsten te onderzoeken en de angst voor de angst te overwinnen, dan zul je ervaringen opdoen en werelden ontdekken die werkelijk nieuw en grensverleggend zijn. Nieuwsgierigheid moet het winnen van angst. Maar de angst moet bewust en gevoeld blijven. Overwonnen angst is nooit verdwenen. Diepe instinctmatige levens- en doodsangst zitten zodanig in onze overgeërfde natuur ingebakken, dat we er niet op moeten rekenen die kwijt te raken. En dat moeten we ook niet willen. Wel beïnvloedbaar is de angst voor de angst. Die behoort niet tot onze instincten, maar leeft in ons gevoel, ons “limbische” systeem, het zoogdier in ons. Dat deel van ons zenuwgestel is te herprogrammeren, gerust te stellen en iets aan- of af te leren. De angst voor de angst kan minder worden, maar nooit helemaal verdwijnen. Dat zou waarschijnlijk te zeer een bedreiging vormen voor onze overleving. Dus zowel voor ontwikkeling naar binnen, als naar buiten is moed nodig. Toen John Lilly in de zestiger jaren met LSD in de ‘sensory deprivationtank’ (een watertank waarin je zintuigelijke gewaarwordingen tot bijna nul worden gereduceerd) ging liggen, was dat moedig en mogelijk door gereduceerde angst voor angst. Toen Mandela het bewind in Zuid Afrika op zich nam, was dat moedig en mogelijk omdat hij niet bang meer was om iets te verliezen. Daar kom je als je van 25 jaar gevangenschap,  waarin je alles hebt moeten loslaten iets hebt weten te maken.

Kick of kennis

Er zijn talrijke vormen van gevaarlijke sportbeoefening die aantrekkelijk en zelfs verslavend zijn voor de ‘thrill-seekers’ en de waaghalzen. De adrenaline en endorfine ‘rush’ tijdens en na een bungy-jump in een ravijn is zo’n kick, dat herhaling en geleidelijke grensverlegging noodzakelijk worden om een vergelijkbaar effect te scoren. Daar lijkt het niet te gaan om verruiming van bewustzijn, maar om een verslaving en afstomping. Mij gaat het hier om angst als weg tot kennis, macht en wijsheid. Dat vraagt niet om een ongevoeligheid voor angst, maar om een hoge angst-tolerantie. Het vermogen om angst te voelen, zonder die angst de controle over te laten nemen.

Werkelijk vrij onderzoek kan alleen plaatsvinden, we komen slechts dan aan werkelijk hogere vormen van creativiteit en genialiteit, wanneer onze instincten en begeerten wat tot rust zijn gekomen. Hoe minder we zoeken, hoeven zoeken, des te meer rust is er om dingen te beleven, te overdenken en des te meer we vinden. Het is dus zaak om te streven naar een zo eenvoudig mogelijk en goed geregeld leven, opdat er tijd en energie overblijft om zogenaamde vrije activiteiten te ontplooien. Want alleen van dergelijke, niet door overleving en begeerte gestuurde activiteiten is werkelijke vernieuwing te verwachten. Vanuit onze meer dierlijke en vegetatieve systemen is alleen meer van hetzelfde mogelijk, dwangmatig efficiënt gericht op overleven.