KING
training

development

we steken nog altijd meer energie in pogingen bepaalde dingen
níet meer te doen, dan andere dingen wél te doen...

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De "als-dan neurose"
© Hans Peter King

Het neurosebegrip

Net als de benamingen van karakterstrukturen en persoonlijkheidstypen vaak een van oorsprong pathologische betekenis hebben, heeft het neurosebegrip dat ook. “Normaal” wil echter nog niet zeggen zonder persoonlijkheidsstoornis en zonder neurotische mechanismen. Tussen normaal en gestoord bestaan psychologische mechanismen die noch normaal, noch echt pathologisch zijn, maar behoren tot de dagelijkse en aanvaarde menselijke eigenaardigheden. Alle afwijkingen van het ideale zelfgerealiseerde zijn, van de volledige ‘tegenwoordigheid van geest’ en van het volledig in het ‘hier en nu’ leven, zijn in wezen een stoornis, in de persoonlijkheid of in het gedrag.

Daar waar ‘stoornis’ in de traditionele diagnostiek begint, is sprake van een ernst die gemeten wordt aan de mate van maatschappelijke en culturele aanpassing en de mate van zelfdestructie. Niet ‘gestoord’ in die zin wil nog niet zeggen ‘volledig gerealiseerd’ of ‘gezond’. Onze dagelijkse frustraties, illusies, angstjes en projecties op de omgeving zijn zo gewoon, dat we ze vaak niet meer als ‘gestoord’ beleven en benoemen. Deze dagelijkse interne belevenissen zijn echter wezenlijk neurotisch van aard en vatbaar voor bewustwording en verandering.

De “Als-Dan Neurose”.

Net als elke andere neurose drijft de Als-Dan neurose op angst. Angst voor zelfexpressie, schuld, afwijzing en uiteindelijk individuele verantwoordelijkheid. Psychoanalytisch geduid het gevolg van vroege afwijzing of verstoring van zelfexpressie.

Er zijn twee varianten.  De uitstel-variant (“Als ik mijn bureau opgeruimd heb ga ik aan het werk”; “als ik genoeg heb verdiend ga ik goede doelen steunen”; “als het huis af is ga ik aan mijn relatie werken”) en de beloning-variant (“als ik de boodschappen in huis heb mag ik een kopje koffie”; “als ik met pensioen ben ga ik genieten”; “als ik een week hard heb gewerkt mag ik een cd kopen”)

De uitstel-variant verschaft het angstige individu een excuus om iets niet te doen. We hebben het te druk om toe te komen aan allerlei zaken waartoe we ons op een dieper niveau geroepen voelen (studie, sociale verplichtingen, meditatie, gezondheid, zelfreflectie, creativiteit e.d.). Zo wordt alle handelen voorwaardelijk. Het handelen waar het voorwaarde voor is schuift steeds verder de uitgestelde toekomst in.  Het gevolg is stress (er blijft immers steeds minder tijd van leven over voor de realisatie), depressie (een diep gevoel van een falend leven) en bedrog (het oorspronkelijk voorwaardelijk handelen gaat steeds meer een eigen leven leiden). De angst hier is de onbewuste angst voor herhaling van negatieve reacties op de verlangde zelfexpressie. Uitstel en het voortdurend opwerpen van voorwaarden is één van de meest voorkomende vermijdingsmechanismen.

De beloning-variant regelt het evenwicht tussen lust en onlust, ontspanning en werk en tussen schuld en vergiffenis. De straf is de onthouding van het lekkers, de beloning volgt na gehoorzaamheid.  Veel wat meer geslaagde mensen weten hier goed oud mee te worden door het evenwicht goed te regelen.  Minder handige lieden raken overwerkt (te veel prestatie, te weinig beloning) of verloederen (te veel beloning, te weinig prestatie)  De zelfdestruktie die tot overspanning en burnout leidt is in feite een onbewuste strafoplegging die voortkomt uit een negatief zelfbeeld.  De verloedering in de vorm van slapte en verslaving komt voort uit een negatief wereldbeeld en is in feite een aanklacht naar de omgeving vanuit een gevoel van tekort gedaan zijn. De natuurlijke behoeftebevrediging is ooit onterecht onthouden. We zouden met deze neurose kunnen spreken van een geïnternaliseerde primitieve pedagogie, waarmee we onszelf levenslang straffen en belonen, zonder te beseffen wat er in ons voortleeft en wat de alternatieven zijn.

Een neurose dient altijd een doel. Daarom kunnen we neuroses ook beoordelen op hun effectiviteit. Een geslaagde neurose is hardnekkig en in de meeste gevallen definitief. Alleen een bewust gekozen en gewilde actie kan haar oplossen. Wanneer een neurose echter “faalt”, wordt de vermeden realiteit, de angst bewust. Het zijn momenten van doorbraak en “decompensatie”, die door de persoon al of niet verwerkt en geïntegreerd kunnen worden. Een falende neurose leidt ofwel tot genezing ofwel tot psychose. Een psychose is een chaotische en symbolische ontlading van “de waarheid”, die zo overdreven, zo ingenieus gecodeerd of zo manisch is, dat ze niet door het bewuste ik en door de omgeving serieus hoeft te worden genomen. Zo wordt tijdelijk en gecodeerd de innerlijke werkelijkheid even recht gedaan. De functie van de psychose is alleen maar ontlading. Een soort psychische epilepsie-aanval.

De uitstel-variant van de als-dan neurose slaagt wanneer voorgoed of voor langere tijd het uitgestelde toekomstperspectief intact blijft. Hoop doet leven en leven in dit geval blijft beperkt tot het overleven van onzekerheid, angst en onmacht. Het falen van de neurose in de vorm van overspanning of depressie vergroot de kans op genezing en adequate aanpassing aan de realiteit, die zich door de falende maskering van de neurose openbaart.

De beloning-variant van de als-dan neurose slaagt wanneer er een psychisch en lichamelijk evenwicht in stand kan worden gehouden. Op lichamelijk en energetisch niveau moet de neurose zorgen voor het noodzakelijke evenwicht van spanning en ontspanning. Op cultureel niveau vinden we algemene rechtvaardiging en maskering van de neurose d.m.v. de heersende normen, waarden en hypes. ( de maatschappelijke acceptatie en status van drukte, stress, alcoholisme, de verplichting tot geluk en succes, het taboe op reëele kwetsbaarheid en onmacht, de hoop op een maakbare wereld en het maakbare geluk) Onze stress-neurose begint echter collectief en structureel te falen. Er komt toenemende waardering voor de kwaliteit van leven i.p.v. de kwantiteit van het leven. Minder wordt al beter.

Totale bevrijding van neurose ilijkt een utopie. Het is een kwestie van geloof om aan te nemen dat de verlichte geesten, de ingewijden en de heiligen van de mensheid totale bevrijding van neurose hebben gevonden. Het is namelijk goed mogelijk dat hun geniale bevrijdde toestand ofwel een nieuwe, goed gemaskeerde neurose, ofwel een spirituele vorm van psychose is.  Veel ogenschijnlijk verlichtte geesten blijken bij een nauwgezette analyse alleen maar meer geslaagd neurotisch of psychotisch. Veel reëeler is het om te veronderstellen dat er bewustzijn mogelijk is van de eigen neuroses en daarmee ook ontwikkeling in de vorm van spelen en experimenteren ermee.  De bewustwording van neurose komt tot stand door de crisis, de pijn en het lijden dat volgt op het falen van de neurose. Frustratie met het eigen functioneren is een goede motor tot ontwikkeling. Echter niet alleen pijnlijk lijden zet aan tot bewustwording en ontwikkeling. Ook het positieve verlangen naar ontwikkeling en hogere vormen van inzicht en leven is een motor tot verandering.  Het is echter een gradueel verschil van lijden. Als we ons bewust zijn van onze mogelijkheden in ons leven en de spanning voelen tussen wat we zijn en wat we zouden kunnen zijn, dan is er ook een subtiel lijden aan dat verschil aanwezig. Wie zegt dat niet alle groei en ontwikkeling in populaire zin niet meer is dan verbetering van het vermogen om onlustgevoelens op te lossen en lustgevoelens te wekken? Is het mogelijk dat de meeste kennis niet meer met de werkelijkheid te maken heeft dan als poging deze te veranderen of te vermijden?

Anthropologisch gesproken gaat het over de gevolgen van het in de menselijke evolutie ontwikkelde langere termijn geheugen en dus bewustzijn van het verleden, de toekomst en het nu. Filosofisch gesproken hebben we het over het spanningsveld tussen ‘zijn’ en ‘worden’. Ik heb geen idee of de relatie tussen intelligentie en geheugen  wetenschappelijk onderzocht is. Maar stel dat het zo is dat het minimale geheugen  van primitive levensvormen ook een hele hoge frequentie in de lust-onlustbalans inhoudt, dan is het de vraag of het ‘bewustzijn’ van die levensvormen meer zijns-kwaliteit, of meer worden-kwaliteit heeft. Hebben ‘domme’ levensvormen en ook ‘domme’ mensen minder stress, omdat er minder blijft hangen? In normale ontspannen omstandigheden denk ik dat ‘domme’ onganismen meer ‘zijn’ , gelukkiger zijn en minder neurotisch dan de ‘slimme’. Bewustzijn doet pijn. Ik heb mij laten vertellen dat de oogzenuw van het type pijnzenuw is. Daarmee is, zonder dat we het merken, alle zien in neurologisch opzicht een pijnprikkel. De kop in het zand van de struisvogel in bedreigende omstandigheden en de peuter die zijn moeder kwijt is als ze zich voor zijn ogen achter een boek verschuilt, zijn voorbeelden van ‘uit het oog, uit het hart’. Beide weten niet beter dan ‘als ik het niet zie, dan is het weg’.  Als we vertrouwen op een terechte correlatie tussen ‘zien’ en ‘bewustzijn’, dan is bewustzijn net zo pijnlijk. Misschien doen alle zintuigen wel ‘pijn’ en geven veel prikkels meer bewustzijn en meer pijn, dan weinig prikkels. Prikkelreductie werkt ontspannend. Overprikkeling van de zenuwen leidt tot stress en angst: we overzien het niet meer, we verliezen grip op en begrip van de omgeving. Het geluk is met de dommen. Zouden daarom alle spirituele scholen en mystieke tradities zo gericht zijn op “zijn’, omdat het in wezen de terugtocht is naar het domme geluk, de onschuld, de onbevangenheid? Als dat zo is, dan veroorzaken al die spirituele en veelbelovende trainers, therapeuten en coaches met hun gerichtheid op ‘worden’ veel ellende en pijn. ( “Kritiek van de Nieuwe Tijd”) Geloof maakt gelukkig, wetenschap maakt ongelukkig. Geloof, hoop en liefde moeten plaats maken voor reeele ervaring, desillusie en inzicht. En we hoeven niet bang te zijn dat we de liefde ermee verliezen, want werkelijk kennen, werkelijk inzicht genereert een hogere vorm van liefde. De bijbel hanteert niet uit louter preutsheid de term ´kennen´ voor coitus.  Er zit meer in dan dat.

In psychotherapie wordt voortdurend geworsteld en gesjoemeld met het conflict tussen ‘worden’ (groeien, spanning, veranderen, leren) en ‘zijn’ (acceptatie, ontspanning, liefde, aanpassing). Ons bewustzijn van tijd is te beperkt om het dualisme van het worden en het zijn op te lossen. Het is nog maar de vraag of er sprake is van ´wording´ en ontwikkeling zoals we ons die zo graag voorstellen. Of er werkelijk sprake is van een wezenlijke vooruitgang van generatie op generatie en van beschaving op beschaving. Of er werkelijk sprake is van ‘ontwikkeling’ en ‘worden’ in de populaire betekenis van het woord. Hoop doet in iedeer geval leven. In alle tijden hebben allerlei varianten van illusies de hoop in leven gehouden en bleven we in leven dankzij hoop. Confrontatie met de realiteit van de ervaring dwingt op den duur acceptatie ervan af. Iets is zoals het is. Conrad Stettbacher’s behandeling van neurose begint met de feiten. Niet discutabele feiten. De waarheid. Vervolgens kunnen we gaan reageren op die werkelijkheid. Emotioneel, verstandelijk en in gedrag. In de acceptatie van de feitelijkheid van onze ervaring komt dan de pijn van het ‘zien’ vrij en laten we neurotische overlevingsillusies los. We gaan voor het eerst adequaat reageren. We ontladen reeële emoties en herzien onze beelden van onszelf en de anderen, de wereld.  We komen uit op de pragmatische en concrete wijsheid van wat goed en wat slecht is. Alleen goed gedrag dat diep uit de eigen ervaring van de werkelijkheid voortkomt en gehoor geeft en gehoorzaamt daaraan is werkelijk goed gedrag en geen burgerlijke gehoorzaamheid aan de omgeving.

Lex Bos maakt in zijn model van oordeelsvorming onderscheid tussen de ‘kennisweg’ en de ‘keuzeweg’. De kennisweg bestaat uit de interactie tussen waarneming (feiten) en denken (gedachten). De keuzeweg bestaat uit hoopvolle idealen (doelen) die pragmatische creativiteit genereren (middelen). Goede waarneming, ook van het eigen oordeelvormend proces, geeft realistische feedback. Gehoorzaamheid aan die feedback maakt correctie van de werkhypotheses mogelijk en geeft hernieuwd en effectiever gedrag. Het populaire worden, groeien, ontwikkelen en veranderen van de psychologische scholen is voor het merendeel onbewuste ontkenning van de realiteit en niet meer dan een verruilen van oude illusies voor nieuwere en modernere. Teleurstelling (de realiteit) lost zich op in nieuwe hoop die leven doet. Overleven wel te verstaan en van tijdelijke aard. Men neemt zichzelf mee, zoals dat heet. Dat zelf verandert niet wezenlijk, alleen de illusies. Zo ontstaan de in de wereld van therapie en training “shoppende”, van leer naar leer, van therapie naar therapie hoppende lieden, waar de mensenwerkers hun boterham aan te danken hebben. Lichamelijke en geestelijke gezondheid beginnen niet bij de oplossing van het conflict tussen worden en zijn op een hogerniveau, maar bij een acceptatie van de onopgeloste dualiteit en het pragmatisch managen van de dagelijkse realiteit van innerlijke verdeeldheid.  Niet wachten en hopen op en zoeken naar een oplossing, maar een omgangsvorm vinden voor de realiteit. “As good as it gets” is een meesterlijke film met een meesterlijke titel die hierover gaat. Daarin spreekt Jack Nicholson als hij door de volle wachtkamer zijn psychiater de rug toe keert, de historische woorden tot de wachtenden “What if this is as good as it gets?” Met andere woorden: het wordt tijd dat we gaan reageren op en gehoorzamen aan hoe het is en op moeten houden met het hoopvolle worden en veranderen.

In opvoeding, onderwijs, religie, meditatie, geneeskunde en psychotherapie zijn de stijlverschillen en de effectiviteit afhankelijk van hoe er over het ‘zijn’en het ‘worden’ wordt gedacht. Wat wordt er als onveranderlijk ‘zijn’ aangenomen en wat wordt er als veranderlijk en veranderbaar, als potentieel ‘wordend’ aangenomen. Dit lijkt een filosofisch woordenspel, maar heeft vergaande consequenties voor hoe opvoeding, onderwijs etc. werkt en wat het ‘aanricht’. Het prachtige oude gebed van een slimme non richt zich tot de heer met verzoek om de kracht om te veranderen wat te veranderen is en te accepteren wat onveranderbaar is en de wijsheid om het onderscheid te kunnen maken.   Mijn clienten schreeuwen tegen de denkbeeldige, op de muur geprojecteerde vader of moeder `Ik wil dat je me ziet zoals ik ben, dat je me accepteert en van me houdt zoals ik ben! Ik roep vervolgens namens de realiteit dat diegenen dat niet doet. Mijn client wil dat niet horen en gaat door ´ja maar je moet me accepteren, ik wil het, ik heb er recht op! Ik zeg je hebt er wel recht op, maar je krijgt het niet.  Mijn client wil de hoop niet opgeven en vraagt wat tie dan kan doen of had moeten doen als kind om het wel te krijgen. Ik zeg dat er niets is dat kan maken dat je het krijgt, want als je er iets voor moet doen is het al niet meer wat je wilt. Het was er niet, het is er niet en zijn geen aanwijzingen dat je het ooit nog zal krijgen.  Mijn client stopt eindelijk met marchanderen, hopen en onderhandelen en gaat reageren op die werkelijkheid, met verontwaardiging, verdriet, pijn en depressie. Eindelijk adequate reacties op de werkelijkheid. En het begin van de verwerking ervan tot een nieuw beeld van zichzelf, de ander en nieuw gedrag.