KING
training

development

we steken nog altijd meer energie in pogingen bepaalde dingen
níet meer te doen, dan andere dingen wél te doen...

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Drie Transactionele Dimensies van Coaching - artikel Tijdschrift Loopbaan

Wanneer mensen bij ons komen met levens- en/of loopbaanvragen en we besluiten ermee aan de slag te gaan, dan starten we een proces met een vorm en een inhoud. De vorm betreft bijvoorbeeld de fasering in een begin, een midden en een eind. Daarin bij kijken we bij aanvang naar oorzaken, aanleidingen, context, fasering, planning, motivatie, doelstelling e.d., in het midden zijn we bezig met actie, onderzoeken, oefenen, bewustwording, leren, bouwen, veranderen, netwerken, oriënteren, e.d. en aan het eind gaan we oogsten, toepassen, evalueren, conclusies trekken, beslissingen nemen, rapporteren, implementeren, e.d. Deze fasen zijn vrij universeel en in de meeste vormen van begeleiding terug te vinden.

De inhoud wordt bepaald door hoe we die fasen invulling geven en kan zowel persoonlijk als methodisch heel verschillend zijn. De vele verschillende scholen en stijlen van begeleiden, counselen en coachen hebben ieder hun eigen methodiek en instrumenten en er komen regelmatig nieuwe methodes bij.

Wanneer we de markt en de ontwikkeling van het vak van begeleiden overzien, dan lijkt het erop dat veel van wat er aangeboden wordt variaties zijn binnen een vrij traditioneel format, waarvan de bovengenoemde fasering één van de kenmerken is. Daarbinnen werkt de één met psychologische testen, de ander met NLP technieken of met het Enneagram. De één heeft het accent meer liggen op psychologische bewustwording, de ander is meer pragmatisch gericht op actie in de markt. We kunnen deze format van hulpverlenen de eerste dimensie noemen. Het kenmerkende eraan is het lineaire karakter, zowel in de relatie als in het proces. De lijn van de hulp of van de dienst loopt in één richting, van de helper naar de geholpene, van de leverancier naar de klant. De gecoachte ontvangt een behandeling, wordt onderzocht, bewust gemaakt of gestimuleerd. Het contract is uni-lateraal. Dit éénrichtingsverkeer is hier principieel bedoeld t.a.v. de rolverdeling en de methode; in de levende praktijk van het contact komt er natuurlijk ook van alles terug.

Behalve in de rolverdeling is het ééndimensionale ook terug te vinden in het proces. De bovengenoemde fasering is gebaseerd op een causale visie en aanpak. We onderzoeken de oorzaken in de klant zijn situatie en we werken van klacht naar oplossing, van beperking naar bevrijding. De weg van a naar b is één-dimensionaal en lineair causaal. De begeleider zet in deze dimensie zijn kennis en kunde in om de klant naar het doel te helpen.

Deze aanpak kunnen we ook persoonsgericht of intra-psychisch noemen. De inhoud betreft de psyche en het leven van de klant en de vorm is een dienstverlening in ruil voor betaling. We gaan iets doen met de klant in relatie tot zichzelf of zijn of haar leven en werk. De relatie die we binnen deze aanpak met de klant hebben is principiëel niet meer dan voorwaardelijk, in de zin van dienstbaar aan het persoonlijke proces van de gecoachte.

Er is nog heel veel te ontdekken en te ontwikkelen op dit niveau, denk maar aan de verschillende visies op verandering, ontwikkeling, adaptatie en acceptatie. Of aan de verschillende visies op ´zelfrealisatie´. De één roept dat je jezelf moet accepteren, de ander roept dat je je potentie moet realiseren en een derde roept dat die twee elkaar niet uitsluiten. In de praktijk leveren die verschillende visies vaak heel verschillende processen en resultaten op. Maar uiteindelijk zijn we binnen deze dimensie wezenlijk niet verschillend van de bakker die zijn brood verkoopt aan klanten. De relatie is a-symetrisch.

Er is echter veel meer mogelijk als het gaat om bewustwording en ontwikkeling bij mensen die dat nodig hebben of zoeken. Dankzij de psycho-analyse en het systeem-theoretisch denken is in de psychologie en de veranderkunde de relatie tussen mensen veel meer op de voorgrond gekomen als oorzaak en als oplossing van individuele problemen. Steeds meer hulpverleners raken vertrouwd met begrippen als overdracht en tegenoverdracht en gebruiken hun relatie met hun klant als middel naast hun technische methodiek. Het blijkt dat veel van wat er in een begeleidingstraject gebeurt niet tot stand komt door de activiteiten binnen de eerste dimensie, maar voortkomt uit minder expliciete en bewuste processen van projectie, introjectie, imitatie, weerstand en emotioneel contact. We zouden dit aspect van de hulp de tweede dimensie kunnen noemen. Hier is niet meer het éénrichtingsverkeer van de hulpverlening aan de orde, maar het tweerichtingsverkeer binnen een relatie tussen twee mensen. Wie op dit niveau opgeleid is kan alles wat er in de levende, zich ontwikkelende relatie met de klant gebeurt inzetten voor de doelstelling van de begeleiding. Een voorbeeld hiervan kan zijn het spiegelen van het gedrag van je klant aan de hand van je eigen beleving. Als jij al geirriteerd raakt van zijn manier van doen, dan zal hij dat effect ook zeker hebben in b.v. sollicitatiegesprekken. Je slikt op dit niveau niet weg wat je beleeft aan de klant in dienst van je proces in de eerste dimensie, maar je zoekt naar de relevantie van de aktuele ‘hier en nu’ relatie voor het doel van de begeleiding. Je acties binnen deze dimensie van de begeleiding zijn transactionele interventies. Interventies in de relatie. Je gaat bijvoorbeeld mee in wat de klant op je projecteert. Je accepteert dan de overdracht van een relatiewijze die voor de klant mogelijk voorwaarde is voor verdere ontwikkeling, in plaats van dat je het als onvolwassen of afhankelijk corrigeert. Of je zet je eigen emoties bewust in om de klant iets te laten voelen i.p.v. alleen maar cognitief te laten verwerken. Je spiegeling van de klant is hier niet slechts professioneel, maar ook persoonlijk. Deze dimensie is dus niet op de eerste plaats intra-psychisch, maar inter-psychisch. Het wordt hier een tweerichtingsverkeer, een bi-laterale relatie, die nu veel meer symetrisch is. De relatie is onderdeel geworden van het leerproces.

Één van de instrumenten op dit niveau zijn bijvoorbeeld de z.g. object-gerelateerde vragen. Dit zijn vragen naar wat de klant aan jouw beleeft en een uitnodiging om ‘persoonlijk te worden’ naar jou. Dit kan een verborgen dynamiek in het gedrag van de klant aan het licht brengen, die relevant kan zijn voor de doelstelling. De gedachte achter deze visie op begeleiding is dat de beperking of het probleem bij de klant ooit als reactie in een relatie is ontstaan en daarmee ook het beste in een relatie kan worden gecorrigeerd.

Om op dit niveau goed te kunnen coachen, zijn er een aantal voorwaarden te noemen:

1. Wanneer je in de context van een professionele begeleiding de persoonlijke interactie gaat inzetten, dan is dat alleen maar verantwoord en effectief, wanneer de klant dat aankan. Jij blijft verantwoordelijk voor het proces en voor de beoordeling van het bevattingsvermogen van de klant. Intelligentie is hier ook beslist niet het enige criterium. Wel de mate van flexibiliteit, feedback-vaardigheid, zelfvertrouwen en ik-sterkte. Zeker wanneer er confronterende zaken over en weer beleefd worden, hangt het sterk af van het basale zelfvertrouwen van de klant of je die sterke beelden en gevoelens kunt gaan inzetten in het proces. Er moet op dit niveau voorkomen worden dat de klant dichtklapt, niet meer kan relativeren of in verwarring komt. En als je het doet, moet ook de klant ook snappen wat je doet.

2. Je moet ook beschikken over inzicht in psychodynamische ontwikkeling, projectie-processen, verschillende vormen van overdracht en tegenoverdracht en in de fasen van een groei-, leer- en veranderproces. Je moet snappen en ervaring hebben met hoe in een contact zich een z.g. parallelproces voltrekt, waarin het aan de orde zijnde probleem zich herhaalt in de ‘hier en nu’ relatie met jou als begeleider. Je moet in staat zijn om het herhaalde patroon ook weer te projecteren in het proces van de klant buiten de coaching. Dan kan de klant datgene wat in de begeleidingsrelatie is gebeurt en bewust geworden, buiten in leven en werk gaan toepassen. De specifieke deskundigheid rond overdracht, tegenoverdracht en parallelprocessen is helaas nog maar sporadisch te vinden in training, opleiding, supervisie en literatuur op het gebied van coaching en loopbaanbegeleiding.

3. De belangrijkste voorwaarde voor het verantwoord kunnen inzetten van de relatie en je eigen tegenoverdracht is wel de bewustwording en de doorwerking van je eigen schaduw. Dit houdt in dat je pas de gevoelens en de oordelen die zich tussen jou en de klant voordoen goed kunt managen, als je je eigen identificaties daarin hebt leren kennen en relativeren. Idealiter zijn al jou oordelen en gevoelens naar de klant bespreekbaar en subjectief en ben je nergens meer persoonlijk zo aan gehecht dat je je professionele meta-reflectie verliest en ‘bevangen’ raakt in je eigen gevoelens. Want wanneer de klant met zijn projecties en overdracht iets bij je raakt, waar je je niet bewust van bent en waar je angst of weerzin tegen hebt, dan raak je ter plekke bevangen in een eigen innerlijk conflict en stopt het proces bij de klant. Het doorwerken van de eigen schaduw is een bevrijding van de onbewuste angsten, schuld- en schaamtegevoelens, illusies en veilige overtuigingen, die je professionele ruimte beperken. Elke begeleider die op het transactionele niveau wil leren werken, doet er goed aan om naast specifieke training hierin ook persoonlijke leertherapie of –supervisie te volgen.

De derde dimensie die mogelijk is in begeleiding en coaching is de transpersoonlijke dimensie. Hier staat niet meer centraal wat je relatie met jezelf en je leven of werk is, of wat je in relatie tot anderen doet of beleeft, maar wat je met visie, zingeving en moraliteit doet in je leven en je werk. Ook hier is het natuurlijk mogelijk om daar ‘uni-lateraal’ vragen over te gaan stellen aan de klant. Wanneer je echter via de persoonlijke relatie – de tweede dimensie - hebt gewerkt en er is een gelijkwaardigheid gegroeid in het contact, dan is het mogelijk dat jullie niet in de oorspronkelijke rolverdeling als begeleider en klant in die transpersoonlijke dimensie terechtkomen, maar als twee ter plekke lerende en ontdekkende individuen.

In de Jungiaanse psychologie spreekt men van het transpersoonlijk veld, waar je met je klant in terecht kan komen en waar je allebei gegrepen en geïnspireerd kan raken door een visie, een inzicht of een perspectief, dat zich ter plekke aan jullie ‘openbaart’. Het zijn momenten waarop de je allebei de haren in je nek voelt, alsof je wordt opgetilt in een lichtere en ruimere wereld van betekenis en perspectief. Het is letterlijke ‘inspiratie’: je krijgt iets in geademd en je voelt je groter, sterker dan je binnen de grenzen van je persoonlijke of relationele leven ooit zou kunnen voelen en je weet je even deel van een groter geheel.

Dit ‘transpersoonlijke veld’ is ook te begrijpen als een collectieve onbewuste kennis en ervaring, die om ons heen en altijd ter beschikking is, maar slechts af en toe in een genade-moment beleefd wordt. Daar zijn de waarden en de doelen te vinden die je kunnen helpen om je zelfgerichtheid en de persoonlijke context te verruimen en jezelf in een steeds grotere maatschappelijke en menselijke samenhang te kunnen beleven. Het leereffect bij je klant in begeleiding is veel groter wanneer die inspiraties tussen jullie ter plekke ontstaan, dan wanneer jij je bekende wijsheden doceert. Soms kom je zelf in contact met dat transpersoonlijke veld, soms overkomt het je klant, soms gebeurt het aan jullie tegelijk. Hoe dan ook, wie het direct of indirect overkomt, voelt dat het niet meer iets persoonlijks betreft, maar iets dat universeel of zelfs spiritueel is.

Één van de sterkste uitwerkingen van deze dimensie is wel het zelfverlies. We beseffen dan even dat we zolang met onszelf bezig te zijn geweest, slechts om dat zelf weer kwijt te raken en op te lossen in een bovenpersoonlijk belang en bewustzijn. Voor velen die op zoek zijn naar zichzelf lijkt het einddoel het vinden van zichzelf. De bliss daarvan is echter niets vergeleken bij de bevrijding en de ontspanning van het transpersoonlijk zelfverlies. We weten al wel hoe heerlijk het is om ons ergens in te verliezen...

In de derde dimensie van begeleiding staat niet het traditionele hulpverleningscontract, noch het wederkerige relatiecontract centraal, maar het contract met de wereld van de ideeën, de waarden en de toekomst. Velen zullen het herkennen als een spirituele wereld, waarin niveau’s van zingeving en betekenis te vinden zijn die ons één- en twee-dimensionale bewustzijn veelal te boven gaan. Behalve dat we op dit niveau zingeving kunnen vinden, kunnen we er ook zin maken. Want niet alle betekenissen zijn reeds voorhanden. Net als internet kun je er zowel down- als uploaden.

De hierboven besproken dimensies lopen parallel aan de drie grote ontwikkelingsfasen in een mensenleven: de eerste 25 jaar staat het ‘Ik’ centraal en leren we receptief, de tweede 25 jaar het ‘Wij’ centraal en leren we interactief, de derde 25 jaar staat het ‘Het’ centraal en leren we inspiratief. Deze drie ‘leerstijlen’ zijn gelijkwaardig als legitieme fasen voor elk individueel niveau van ontwikkeling. Ons werk moet maatwerk zijn en daarom is het zowel van belang om elke klant in deze dimensies te kunnen plaatsen, alsook om ons eigen niveau van werken te kennen en te accepteren. Wanneer je de tijd hebt om langere tijd met een klant te kunnen werken, dan kan het voorkomen dat je deze drie dimensies samen doorloopt. Het komt echter vaker voor dat we genoegen moeten nemen met delen van dit totale proces. Daar is niets mis mee, want alles is meegenomen. Tijd, geld en ontwikkelingsniveau zijn reële beperkingen.