KING
training

development

we steken nog altijd meer energie in pogingen bepaalde dingen
níet meer te doen, dan andere dingen wél te doen...

Vragen rubriek "Uitgelicht" (Nederlands Tijdschrift voor Coaching) Hans Peter King (1953)

1.  Hoe brengt u mensen in beweging?

Ik breng mensen in beweging door hun wensen en problemen in het ruimere perspectief van geestelijke, biografische en emotionele ontwikkeling te plaatsen, waardoor ze meer begrip, zelfacceptatie en perspectief gaan ervaren. Dit zijn wat mij betreft de voorwaarden op basis waarvan een realistisch ontwikkelingsplan ontstaat; niet omdat het moet, niet geforceerd, maar vanzelf, omdat ontwikkeling natuurlijk is en in beweging blijft, mits remmingen en angsten begrepen en opgelost worden.

Ik breng mensen in beweging door ze te helpen hun illusies te begrijpen en op te geven, hun strohalmen los te laten en zin te gaan krijgen in reëele doelen en haalbare zaken. Ik ben een loodgieter die af en toe weet waar hij met een sleutel een flinke mep moet geven of waaraan er even gerammeld moet worden om de boel weer door te laten stromen. Waarvandaan en waarheen het stroomt weet het “systeem” zelf beter dan ik.

2.  Wat was uw grootste blunder ofwel leermoment?

Ik maak aan de lopende band fouten en mijn belangrijkste leermomenten gaan niet zozeer over wat ik inhoudelijk van mijn fouten leer, want dat is meestal evident, maar dat ik door het maken van fouten steeds beter leer om mijzelf te vergeven en mijn zelfvertrouwen er niet door te verliezen. Ik leer daardoor steeds beter om niet  door iedereen goed en leuk gevonden te willen worden en mijn recht op onvolmaaktheid en kwetsbaarheid te versterken. Ik leer van mijn fouten dus vooral om fouten te mogen maken en er oké onder te blijven i.p.v. het voorkomen van die fouten in de toekomst. Want dat zit wel snor. Ik maak dezelfde fouten zelden meer dan 3 of 4 keer.

3.Wie is de belangrijkste coach in uw leven en waarom? Welke schrijvers inspireren u het meest?

Er is geen belangrijkste coach in mijn leven. Of ik ben het zelf. Ik heb veel verschillende coaches, trainers en therapeuten gehad, geen bekende namen, maar er waren genieën en kneuzen bij. Mijn leerproces is echter altijd onveranderd intensief en onafhankelijk van de ‘kwaliteit’ van mijn leermeesters geweest. Van een geniale coach of trainer leerde ik  hoe ik het ook wilde kunnen, van de amateurs hoe ik het zeker niet wilde doen. Ik ben er even dankbaar voor.

Schrijvers? Recentelijk: Rüdiger Safranski, Eckhart Tolle, de Dai Lama, Govert Derix. Vakliteratuur lees ik zo weinig en zo snel mogelijk. Ik val er ongelofelijk van in slaap. Net als bij vakbladen zoals dit blad, moet ik tot mijn spijt  ook kwijt. Allemaal dodelijk saai, correct en voorspelbaar. Ik schrijf graag nog eens een gepeperd artikel voor het NTvC. Als ik dat dan teruglees blijf ik beslist wakker.

Mijn inspiratie komt niet van buiten, maar van binnen. Ik leer meer van mijn eigen verwerking van ervaringen en informatie, dan van de ervaring en de informatie zelf. Ik neem niets aan, geloof niets anders dan mijn eigen ervaring. Behalve een aardige, slimme kerel ben ik ook een behoorlijk egocentrische betweter. Daar wordt echter aan gewerkt. Persoonlijk ben ik vooral bezig met ego-afbraak en zelf-relativering. Zelfkennis is wel mijn arbeidskapitaal, maar ik ben de zelf-gerichtheid ondertussen ook aardig zat.

4. Wat waarderen klanten of opdrachtgevers het meest in u als coach?

Wat ik veel terughoor is mijn professionaliteit, mijn helderheid, de metaniveau’s die ik kan betrekken, mijn durf en kunde om gevoelige zaken en taboe’s bespreekbaar te maken, mijn openheid om ook mijzelf in te brengen en mijn specialisme om ervaringsgericht te werken en dus niet alleen maar over het probleem te praten, maar er ter plekke ook iets mee te doen. Ik werk vrij directief en duidend en soms zijn er ook cliënten die daar niets van moeten hebben en ofwel bang, ofwel boos op mij reageren en maken dat ze wegkomen. Gelukkig komt dat niet zo vaak voor.

5.  Wat raakt u het meest in coachingsgesprekken?

Ik hou erg van mensen. Ik heb snel warme gevoelens voor mijn cliënten, dus ik ben snel geraakt. Soms hoor ik plotseling mezelf iets zeggen tegen mijn cliënt en voel ik mezelf opeens wat naar voren buigen en kijk ik opeens anders naar mijn cliënt en voel ik dat ik iets wezenlijks en dieps raak, dat mijn cliënt en ik er beiden van volschieten. Genademomenten van contact en herkenning.

6.  Hoe bent u coach geworden, via welke ontwikkelingsweg?

Ik ben via deel-studies filosofie, psychologie en andragogie en via allerlei opleidingen in het binnen- en buitenland aanvankelijk als transpersoonlijk en ervaringsgericht psychotherapeut jaren werkzaam geweest in mijn eigen praktijk en in een antroposofisch gezondheidscentrum. Na ruim 15 jaar als psychotherapeut, trainer en docent te hebben gewerkt, ben ik mij verder gaan scholen in ervaringsgerichte supervisie en coaching. Bij mijn coaching en supervisie speelt mijn leeftijd en mijn ervaring echter een grotere rol dan de opleidingen die ik ervoor heb gevolgd. Uiteindelijk is het volgens mij toch wijsheid waarmee echt genezen, geholpen of gecoached wordt.

7.  Wat kan irriteren bij klanten? En wat doet u dan?

Als ik me in een sessie erger, dan is dat altijd aan mezelf. Ik kan me gaan ergeren, als ik iets zit te willen tegen een weerstand van mijn cliënt in. Ik heb meestal vrij snel door dat ik het mezelf en mijn cliënt moeilijk zit te maken door tegen de stroom in te zwemmen.

Weerstand is mijn belangrijkste leermeester. Alle weerstand heeft een verhaal en recht op bestaan en begrip. Ik ben ook een leerling van Wilhelm Reich, de uitvinder van “resistance analysis”.

8.  Waar coacht u en wat betekent die plek voor u?

Ik heb naast mijn woonhuis een flinke praktijk- en groepsruimte laten bouwen met eigen voorzieningen, dus veel ruimte om ook in individuele sessies in beweging te komen en zowel van dichtbij als op afstand te kunnen werken. Ik geef er ook trainingen en in het geval van meerdaagse trainingen overnachten groepen er ook. Die plek is voor mij en voor mijn cliënten een rustige, van de buitenwereld afgesloten en geluidsdichte oefenplaats, met een heldere atmosfeer, waar van alles gezegd, besproken, uitgeprobeerd kan worden en tot expressie kan komen, zonder consequenties of oordelen. Een vrijplaats voor zelfonderzoek, zelfexpressie en experiment. Al doende, ervarende leren kennen en leren doen. Ik gebruik die ruimte op dezelfde manier ook veel voor mezelf. In de avonduren geef ik met muziek, beweging, meditatie of ontspanning mezelf ook regelmatig een beurt.